Kattenhotel of Kattenpension?

Fitness kat
Extra faciliteiten in een hotel

Regelmatig krijg ik de vraag: “wat is nu eigenlijk het verschil tussen een kattenpension en een kattenhotel?” 

Nu heb ik daar wel een eigen mening over als het specifiek gaat over mijn eigen kattenhotel in vergelijking met andere kattenpensions...maar eigenlijk wist ik niet precies wat nu daadwerkelijk het verschil tussen een hotel en pension is. Daarom eerst maar eens Google geraadpleegd en gezocht op: ‘verschil hotel en pension’. 

En wat grappig om te lezen dat het verschil tussen een hotel en een pension voornamelijk zit in de faciliteiten die aangeboden worden. De letterlijke omschrijving via Startpagina.nl (vakantie/vraag) is: 'een pension is een kosthuis; je komt er alleen om te eten en te slapen maar overdag is daar niks te beleven. In een hotel zijn behalve het restaurant en de overnachting nog meer activiteiten mogelijk. Je kunt er bijvoorbeeld fitnessen, zwemmen, aan de bar je vermaken of in de lounge lezen of televisie kijken'. 

Oeps… als dat ook geldt voor de vergelijking tussen een kattenpension en een kattenhotel, dan ben ik in elk geval blij dat ik Het Catshuys een kattenhotel genoemd heb!  

Maar nee, in werkelijkheid is deze omschrijving natuurlijk niet van toepassing op een hotel of een pension voor katten;  ook in een pension voor katten is overdag best iets te doen.  Er staan in de kattenpensions ook klimpalen en meubels, er liggen speeltjes en waarschijnlijk wordt er ook door de eigenaar van een kattenpension met de katten gespeeld. Kortom, aan de faciliteiten geen gebrek in de meeste kattenpensions. 

Wat is dan het verschil in de kattenwereld tussen een pension en een hotel voor katten? In het geval van Het Catshuys zit het verschil ‘m in de vorm van ‘huisvesten’: het kattenhotel heeft hotelkamers waar de hotelgasten zonder onbekende soortgenoten in verblijven, in tegenstelling tot veel kattenpensions waar de katten in groepsverband tussen andere, voor hen vreemde soortgenoten verblijven. En daar is bewust voor gekozen, ervan uitgaande dat een kat van oorsprong een solitair levend dier is. 

Solitair en territoriaal

Tijdens mijn studie Gedragstherapie voor Katten heb ik geleerd dat het hebben van katten niet hetzelfde is als: het hebben van kennis  van katten! Voorafgaand aan deze studie was ik jarenlang  hobbyfokker van de kattenrassen Ragdoll en Bengaal en omdat gedrag in algemene zin altijd al mijn interesse had, besloot ik module 1 te volgen van de opleiding Kattengedragstherapie: ‘normaal kattengedrag’. Ik was benieuwd of ik iets nieuws te horen zou krijgen en of ik hier wat aan zou kunnen hebben bij het fokken van katten. Wat een arrogante gedachte van mij, natuurlijk was er heel veel nieuws te leren! Inmiddels besef ik nu hoe weinig ik nog maar weet over deze boeiende, mysterieuze en vooral complexe dieren! 

Wat onze huiskat het meest typeert, is te vinden in zijn oorsprong: een solitair en territoriaal dier dat alleen leeft, alleen jaagt, alleen eet en alleen slaapt. En de plek waar hij eet en slaapt, z’n territorium,  zal altijd goed verdedigd worden tegen indringers.  Dit is wat de wetenschappelijke studies over katten in het algemeen ons leert. Deze oorsprong gaat duizenden jaren terug en de kat zoals wij ‘m nu kennen, is inmiddels gedomesticeerd tot de huiskat die als lid van het gezin sociaal gedrag vertoont naar datgene waar hij/zij in de socialisatie-fase mee geconfronteerd is geweest.  Er zit dus een stukje evolutie in om sociaal gedrag te kunnen vertonen,  maar de mate van sociaal gedrag is mede afhankelijk van de ervaringen gedurende de socialisatie fase (eerste 12-16 weken van een kitten) die een kat gehad heeft. Een kat die ‘in het wild’  (dat kan een boerderij of schuur zijn, echter niet bij mensen in huis) is opgegroeid en gedurende de eerste socialisatie fase géén contact met mensen heeft gehad, zal nagenoeg altijd mensenschuw blijven. Als zo’n kat volwassen is en toch in een huis komt wonen, is het ook nog eens afhankelijk van zijn karakter of er een vertrouwensband met de eigenaar opgebouwd kan worden maar een allemansvriendje is het meestal niet.  

Je zou verwachten dat een kitten in het nest wel met soortgenoten is geconfronteerd dus zou er toch standaard sociaal gedrag naar andere katten moeten zijn….? Die vraag kan ik niet met 100% zekerheid beantwoorden, maar als ik mijn theorie er op los laat, ga ik weer uit van de oorspronkelijke kat: als katten volwassen worden, verlaten ze hun nest en gaan ze hun eigen territorium vinden.  Zeker de katers, als ze geslachtsrijp worden. Daar waar we wél groepen katten vinden (rond voedselbronnen), bestaan deze katten alleen maar uit vrouwelijke dieren die ook nog eens verwant zijn aan elkaar zoals moeders, dochters, oma’s, tante’s etc.  Het is dus heel natuurlijk voor een kat om na de kittentijd een eigen leven te gaan leiden en voor jezelf te gaan zorgen. Zeker de katers gaan een eigen leefgebied bestrijken, die overigens overlapt kan worden door één of meer leefgebieden van andere katers. Mochten deze katten elkaar in hun leefgebied tegen komen, dan zal in eerste instantie geprobeerd worden elkaar, en dus het conflict,  zoveel mogelijk te vermijden.  Als het stadium van conflict-vermijding gepasseerd is en er geen vluchtmogelijkheid meer is, zullen katers het gevecht met elkaar aan gaan. Voor ons allen bekend als het ‘kattengejank’ wat vooral ’s nachts te horen is.   

Sociaal kattengedrag

Nu hoor ik vaak: “maar wij houden de katten in huis toch ook in groepen en dat gaat toch ook goed?” Nou…  op de stelling dat wij meerdere katten in huis houden kan ik volmondig JA antwoorden, maar of dat ook goed gaat….?  In veel gevallen wel  maar vaak ook niet, alleen herkennen wij dat niet altijd. Katten kunnen ook heel goed een conflict hebben onderling, zonder dat wij mensen daar iets van merken. Een conflict hoeft niet altijd lichamelijk te zijn… soms kan er een stille en voor ons mensen onzichtbare psychologische oorlog tussen 2 katten gevoerd worden! We zouden ons dus kunnen afvragen of katten er wel blij mee zijn om in een groep met soortgenoten te wonen als zij daar niet vrijwillig voor hebben gekozen. 

Als katten goed met elkaar overweg kunnen en sociaal gedrag t.o.v. elkaar vertonen (samen slapen, elkaar verzorgen, lichamelijk contact zoeken) vormen zij inderdaad een ‘groep’ maar het kan ook zijn dat er 3 katten in huis wonen die geen sociaal contact met elkaar hebben; dan is er sprake van 3 groepen. Bij mij thuis bijvoorbeeld, leven 3 katten en we hebben 3 groepen waarvan ik er samen met één van hen een groepje vorm. Verder tolereren ze elkaar (dat hebben ze geleerd in hun socialisatie fase) maar ze zoeken elkaar niet op. Sterker nog… ondanks dat ze elkaar goed kennen, zullen ze elkaar liever proberen te ontwijken!  

Katten kunnen in huis een eigen territorium hebben (een ligplekje en de eetplek) en het leefgebied is dan de rest van het huis en eventueel een gedeelte buiten (als ze naar buiten kunnen). Toch zullen de meeste katten hun territorium in huis (ongewenst?) moeten delen met hun huisgenoten omdat vaak slechts één plek is waar de brokjes staan en meestal maar 1 kattenbak voor meerdere katten beschikbaar is.  Voor katten die daadwerkelijk samen één groep vormen en sociaal gedrag t.o.v. elkaar vertonen (samen slapen, elkaar wassen),  hoeft dat geen enkel probleem te zijn maar voor katten die geen sociale groep vormen met elkaar kan dat een hele stressvolle  situatie zijn.  

Waarom een kattenhotel?

En dat brengt me weer terug tot mijn keuze om een kattenhotel te starten met hotelkamers waar de katten niet met vreemde soortgenoten geconfronteerd worden.  Want al zijn onze huiskatten sociale, gedomesticeerde wezens en al is het kattenpension waar katten tijdelijk ondergebracht worden niet hun territorium, onze huiskatten blijven van oorsprong solitaire dieren die van nature geen groepsgedrag vertonen.  Worden katten tóch door mensen in een groep geplaatst, dan veroorzaakt dat over het algemeen erg veel stress bij de kat. En katten zijn heel gevoelig voor stress… zeker als deze langdurig aanhoudt! Katten met stress zullen niet eten wat ze vatbaarder maakt voor ziektes én tevens vergroot het de kans op leververvetting wat al na enkele dagen levensbedreigend kan zijn!  

Met die kennis ben ik kattenhotel Het Catshuys gestart, rekening houdend met de natuurlijke behoefte van de kat. En inmiddels is in de praktijk gebleken dat katten in een kleine, overzichtelijke ruimte sneller een gevoel van veiligheid ervaren en beduidend minder stress hebben dan in een grote ruimte die gevuld is met potentiele vijanden!  En dat komt alleen maar ten goede aan het welzijn van onze hotelgasten! 

 

Leave your comments

Post comment as a guest

0
  • No comments found