Naar de inhoud

Laatste update: 20 artikelen 4 rubrieken

Het Catshuys

De juiste voeding begint bij de oorzaak van blaasgruis

Perst je kat op de bak of plast hij steeds kleine beetjes, dan kan blaasgruis een oorzaak zijn. De juiste voeding hangt af van wat er precies aan de hand is: laat de dierenarts dat eerst vaststellen.

Door Sanne Verhoeven · · 3 min leestijd

Gevlekte huiskat kijkt naar een bak met droog kattenvoer op houten vloer

Blaasgruis is geen diagnose waarmee je zelf meteen het juiste voer kunt kiezen. Klachten bij het plassen kunnen verschillende oorzaken hebben, en kristallen in de urine zijn niet altijd hetzelfde als blaasstenen. Bovendien vraagt struviet om een andere aanpak dan calciumoxalaat. Hieronder lees je waarom onderzoek vooropstaat, wanneer dieetvoeding kan helpen en hoe je samen met de dierenarts controleert of de behandeling aanslaat.

Wanneer is blaasgruis een spoedgeval?

Vaak naar de bak gaan, persen, pijn bij het plassen, bloed in de urine of telkens maar kleine beetjes plassen zijn redenen om contact op te nemen met je dierenarts. Kan je kat helemaal niet plassen, wacht dan niet af: een verstopping van de urinebuis kan levensbedreigend zijn. Dit is extra urgent bij een kater.

De klachten vertellen niet vanzelf of het om gruis, blaasstenen, een ontsteking of een andere aandoening gaat. Volgens de iCatCare-richtlijn voor aandoeningen van de lagere urinewegen kunnen klachten bij verschillende oorzaken op elkaar lijken. De dierenarts kan urineonderzoek en, afhankelijk van de situatie, beeldvorming gebruiken om de oorzaak te achterhalen.

Waarom moet eerst duidelijk zijn welk type gruis het is?

De meest voorkomende typen blaasstenen bij katten zijn struviet en calciumoxalaat. De aanpak verschilt: struvietstenen kunnen in bepaalde gevallen met een speciaal dieet worden opgelost, terwijl calciumoxalaatstenen niet met voeding oplossen. Alleen de klachten of een losse aanname over de urine-pH zijn dus onvoldoende om zelf een dieet te kiezen.

Ook kristallen in urine zijn niet automatisch bewijs dat er een steen aanwezig is, en het soort kristal in een urinemonster komt niet altijd overeen met het type steen. Daarom is het verstandig de bevindingen met de dierenarts te bespreken voordat je voer aanpast.

Welke rol speelt voeding bij de behandeling?

Een therapeutisch dieet kan worden ingezet om bepaalde steensoorten te helpen oplossen of om de omstandigheden in de urine minder gunstig te maken voor steenvorming. Het is geen universeel blaasgruisvoer: een dieet dat voor het ene probleem geschikt is, is niet vanzelfsprekend passend voor een ander. Volg daarom het advies van de dierenarts en geef niet op eigen initiatief meerdere urinary-producten of supplementen naast elkaar.

Meer vocht kan bijdragen aan een grotere urineproductie. De richtlijn van iCatCare noemt natvoer en het stimuleren van waterinname als mogelijke onderdelen van de aanpak, maar geeft aan dat bewijs voor het voorkomen van terugkerende klachten niet eenduidig is. Bespreek dus wat voor jouw kat haalbaar en geschikt is. Praktische basisinformatie over de dagelijkse voerkeuze vind je bij kattenvoer kiezen; bij een medisch dieet blijft het behandeladvies leidend.

Hoe pak je de voerkeuze stap voor stap aan?

Begin met een dierenartsafspraak zodra je kat plasproblemen heeft. Vraag welke diagnose waarschijnlijk is, wat het urineonderzoek of eventuele beeldvorming heeft laten zien en of het doel van het dieet oplossen, voorkomen of algemene ondersteuning is. Bespreek vervolgens welk voer je precies moet geven, of nat- en droogvoer gecombineerd mogen worden en wat je doet als je kat het dieet niet wil eten.

Verander het voer niet plotseling zonder overleg, en voeg geen zuurmakende middelen of supplementen toe op eigen initiatief. Een ongeschikte aanpassing kan de situatie compliceren. Wil je de vochtinname stimuleren, vraag dan of extra water door het natvoer of een andere drinkplek bij het behandelplan past. Tips over drinkmogelijkheden staan bij water aanbieden aan je kat.

Hoe weet je of de aanpak werkt?

Let thuis op hoe vaak je kat naar de bak gaat, of hij perst, hoeveel urine er komt en of er bloed zichtbaar is. Noteer veranderingen en geef die door aan de dierenarts. Houd je ook aan afgesproken controles: klachten kunnen verbeteren terwijl controle van urine of stenen nog nodig is.

Komen de klachten terug, verergeren ze of plast je kat niet meer, neem dan opnieuw contact op met de dierenarts; bij niet kunnen plassen is dat spoed. Blijf het dieetplan aanpassen op basis van de diagnose en de controles, niet alleen op basis van een verandering in gedrag of een productetiket.

Veelgestelde vragen

Kan blaasgruis vanzelf verdwijnen?

Dat hangt af van wat er precies is vastgesteld. Sommige struvietstenen kunnen met een passend dieet oplossen; calciumoxalaatstenen lossen niet op met voeding. Kristallen in een urinemonster betekenen bovendien niet automatisch dat er stenen zijn. Laat klachten daarom beoordelen door een dierenarts en verander het dieet niet op eigen initiatief.

Is natvoer altijd beter bij blaasgruis?

Natvoer kan helpen om meer vocht via de voeding binnen te krijgen, maar het vervangt geen diagnose of behandeling. Welk voer geschikt is, hangt onder meer af van het type kristal of steen en de verdere gezondheid van je kat. Vraag de dierenarts of natvoer past binnen het gekozen dieet.

Moet mijn kat met blaasgruis altijd dieetvoer blijven eten?

Niet iedere kat heeft hetzelfde behandel- of preventieplan. De dierenarts bepaalt op basis van de oorzaak, onderzoeksuitslagen en het verloop hoelang dieetvoeding nodig is. Verander of stop het voer daarom niet zonder overleg; bespreek bij controles ook of het plan nog passend is.

In de rubriek Voeding